In 2026 vieren wij een bijzondere mijlpaal: 100 jaar KNDSB. Een eeuw waarin sport mensen heeft verbonden, talenten zijn gegroeid en de dovengemeenschap zich krachtig heeft ontwikkeld. Wat begon als een initiatief van enkele pioniers, is uitgegroeid tot een trotse en betekenisvolle sportbeweging die tot op de dag van vandaag blijft inspireren.
Een eeuw sport, saamhorigheid en doorzettingsvermogen
De Nederlandse dovensport kent een rijke en inspirerende geschiedenis die begint ver vóór de officiële oprichting van de Nederlandse Doven Sport Bond (NDSB). Al in 1912 werd in Amsterdam de eerste dovenvoetbalvereniging opgericht: Guyot. Kort daarna volgde in Rotterdam de dovenvereniging Hirsch. Tussen 1913 en 1916 werden de eerste onderlinge wedstrijden gespeeld, het prille begin van de georganiseerde dovensport in Nederland. Hoewel deze vroege activiteiten na enkele jaren tot stilstand kwamen, was daarmee de kiem gelegd voor een krachtige en blijvende sportbeweging.
De weg naar organisatie en internationale erkenning
In 1921 kreeg de dovensport nieuwe impulsen met de oprichting van de Amsterdamse Dovenschaakclub “Tot Ons Genoegen”. In diezelfde periode ontpopte Gerard Koudijs, onderwijzer aan de Rotterdamse dovenschool, zich tot een belangrijke stimulator van sportbeoefening onder doven. Zijn visie werd mede gevormd door zijn kennis van de eerste Internationale Spelen voor Doven, gehouden van 10 t/m 17 augustus 1924 in Parijs, later bekend als de eerste Deaflympics.
De Nederlandse sporters (tien heren en één dame) behaalden in Parijs opvallend goede resultaten. Meer over de eerste Deaflympics is te lezen via deze link: 100 jaar Deaflympics 1924 – 2024 | KNDSB
Tijdens een vergadering van de CISS durfde Gerard Koudijs het initiatief te nemen om Nederland kandidaat te stellen voor de organisatie van de volgende Internationale Spelen, met Rotterdam als beoogde gaststad. Eén voorwaarde was echter onontkoombaar: Nederland moest beschikken over een officiële nationale sportbond. Omdat Nederland op dat moment nog geen nationale dovensportbond kende, werd de Amsterdamse Doven Gymnastiekvereniging “Ontwikkeling” op 16 augustus 1924 als voorlopige vertegenwoordiger van Nederland erkend door de CISS (Comité International des Sports des Sourds).
De oprichting van de NDSB
Om aan deze internationale eis te voldoen, werd op 28 december 1924 de Nederlandse Doven Sport Bond opgericht. In een kort schrijven aan de CISS werden de bestuursleden genoemd en de eerste aangesloten organisaties bekendgemaakt:
- Amsterdamse Doven Sport Vereniging (ADSV)
- Inrichting voor Doven Onderwijs Rotterdam (IDOR)
De CISS maakte echter duidelijk dat officiële erkenning, en het recht om de tweede Internationale Spelen voor Doven te organiseren, alleen mogelijk was met vastgestelde statuten en reglementen.
1926: het fundament voor de toekomst
Na een periode van stilstand in 1925 nam Leen Dronkers het initiatief om de bond stevig te herstructureren. Dit resulteerde in een beslissende oprichtingsvergadering op 4 april 1926, gehouden in de bovenzaal van Café Centraal aan het Hofplein in Rotterdam, vlak naast Station Hofplein.
Tijdens deze bijeenkomst werd het eerste bestuur gekozen:
| Naam | Functie | Geboren – Overleden |
|---|---|---|
| Aaron Zegerius | Voorzitter | 06-08-1889 – ✡ 30-04-1943 |
| Leen Dronkers | Secretaris | 14-12-1897 – ✝ 04-08-1981 |
| Henk Nederlof | Penningmeester | 12-11-1898 – ✝ 15-03-1968 |
| Jan Brinkman | Bestuurslid | 11-04-1901 – ✝ 03-01-1987 |
| Henk Berkhout | Bestuurslid | 21-12-1894 – ✝ 01-07-1978 |
De eerste verenigingen die zich officieel bij de bond aansloten waren:
- Amsterdamse Doven Sport Vereniging (ADSV)
- Rotterdamse Doven Vereniging “Amman” (later overgestapt naar OLDI)
- Rotterdamse Doven Zwem Vereniging (RDZV)
Na indiening van de statuten en reglementen werd Nederland formeel erkend als lid van de CISS. Vervolgens werd met succes verzocht om de organisatie van de 2e Internationale Spelen voor Doven te verplaatsen van Rotterdam naar Amsterdam, zodat gebruik kon worden gemaakt van de Olympische faciliteiten, in samenwerking met de Gemeente Amsterdam en het Nederlands Olympisch Comité.
De succesvolle organisatie van deze Spelen betekende een keerpunt. Sindsdien kreeg de dovensportbond, en daarmee de dovensport in het algemeen, een definitieve en volwaardige plaats binnen de Nederlandse sportmaatschappij. Deze ontwikkeling vond haar officiële bekroning in 1951, met het verlenen van het Koninklijk predicaat aan de bond; een erkenning van nationaal belang en een hoogtepunt in de geschiedenis van de Nederlandse dovensport.
Bron: Cultureel Erfgoed Doven – Dovensport